Nederlandse versie
Translate
"gather"
to Dutch Language
English to Dutch
Dutch to English
English
Dutch
gather
verzamelen zich
gather
verzamelen
gather
vergaderen
gather
samenkomen
gather
rapen
gather
plukken
gather
oogsten
gather
inzamelen
gather
innen
gather
een gevolgtrekking maken
gather
deduceren
gather
concluderen
gather
collecteren
gather
bijeenkomen
gather
bijeenbrengen
gather
besluiten
gather
afleiden
gather
abstraheren
gathered
verzamelde
gathering
vergadering
gathering
samenkomst {de}
gathering
samenkomst
gathering
meeting
gathering
het verzamelen zich
gathering
bijeenkomst
gatherings
het verzamelen zich
gathers
verzamelt zich