Nederlandse versie
Translate
"handle"
to Dutch Language
English to Dutch
Dutch to English
English
Dutch
handle
vingeren
handle
toedienen
handle
steel {de}
handle
steel
handle
richten
handle
pulken
handle
peuteren
handle
oor
handle
onderhandelen
handle
omgaanmet
handle
omgaan met
handle
mennen
handle
manipuleren
handle
kruk
handle
knop
handle
klink {de}
handle
klink
handle
hengsel
handle
hendel {de} {het}
handle
heft
handle
hanteren
handle
handvat {het}
handle
handvat
handle
handgreep {de}
handle
hals
handle
gevest
handle
dirigeren
handle
besturen
handle
beheren
handle
behandelen
handle
behandeld
handle
administreren
handle
1 hendel; 2 handvat, greep, handgreep
handle bar
stuur
handle bars
stuur
handle bars
sturen
handle bars
roer
handle fitting
ophangnaaf
handle holder
steelhechter
handle; grip
heft
handle; grip
handvat
handle; grip
handgreep
handle; shank; neck
steel
handled
behandelde
handlen
afhandelen, verwerken, behandelen; behappen, aankunnen , hanteren, omgaan met
handler
manager
handler
behandelaar
handlers
managers
handles
handvatten {mv}
handles
handvatten
handles
handgrepen {mv}