Nederlandse versie
Translate
"interfere"
to Dutch Language
English to Dutch
Dutch to English
English
Dutch
interfere
mengen zich
interfere with
zichbemoeienmet
interfere with
zich bemoeien met
interfere with
storingveroorzaken
interfere with
storing veroorzaken
interfere, (intervene)
inmengen, storen, (tussen beiden komen)
interfered
mengde zich
interference
storing
interference
negatieve speling
interference
interferentie; de verstoring
interference
interferentie {de}
interference
interferentie
interference
inmenging
interference
beletsel
interference attenuator
interferentiedemping
interference box
stoorkastje
interference checking
interferentiecontrole
interference effect
stooreffect
interference eliminator
interferentie-zeefschakeling
interference factor
stoorfactor
interference filed
stoorveld
interference fit
vaste passing
interference fit
nauwe passing
interference fit; press fit; force fit
perspassing
interference float
interfererende speelruimte
interference inverter
ontstoringsdiode
interference limit
interferentielimiet
interference line
interferentiestreep
interference not suppressed
niet-ontstoord
interference pattern
stoorpatroon
interference pattern
netpatroon
interference phenomenon
interferentieverschijnsel
interference resistance
onverstoorbaarheid {de}
interference scanning
interferentieaftasting
interference signal; spurious signal
interferentiesignaal
interference suppressed; noise suppressed
ontstoord
interference suppression; noise inversion; interference absorption
storingsonderdrukking
interference; antibiosis; microbial antagonism
bacteriële antagonisme; de tibiosis; de antibiose; de interferentie van een microob in het leven van een andere
interference-free; noise-free; undisturbed
stoorvrij
interference-free; noise-free; undisturbed; trouble-free
storingsvrij
interference-pulse suppression; quieting
stoorimpulsonderdrukking
interferences
interferenties
interference-suppression filter; noise inverter
storingsonderdrukkingsfilter
interferes
mengt zich