Nederlandse versie
Translate
"leave"
to Dutch Language
English to Dutch
Dutch to English
English
Dutch
leave
zichverwijderen
leave
zich verwijderen
leave
weggan
leave
weggaan
leave
vrijaf
leave
vertrekken
leave
verlof {het}
leave
verlof
leave
verlaten
leave
toelaten
leave
scheiding
leave
opreisgaan
leave
op reis gaan
leave
nalaten
leave
loslaten
leave
latenvaren
leave
latenschieten
leave
latenbegaan
leave
laten varen
leave
laten schieten
leave
laten begaan
leave
laten
leave
indesteeklaten
leave
in de steek laten
leave
fiat
leave
afvaren
leave
afreizen
leave
afgaan
leave behind
nalaten
leave behind
achterlaten
leave in a beyance
latenrusten
leave in a beyance
laten rusten
leave out
weglaten
leave out
verzuimen
leave out
verzaken
leave out
uitlaten
leave out
nalaten
leave out of account
wegcijferen
leave out of account
passeren
leave out of account
ondertafelschuiven
leave out of account
onder tafel schuiven
leave out of account
negeren
leave out of account
geenrekeninghoudenmet
leave out of account
geen rekening houden met
leave out of account
buitenbeschouwinglaten
leave out of account
buiten beschouwing laten
leaven
zuurdeeg
leaven
gist
leavened
gezuurde
leavening
het zuren
leavens
zuurdeeg
leaver
verlater
leavers
verlaters
leaves
bladeren {mv}
leaves
bladeren