Nederlandse versie
Translate
"making"
to Dutch Language
English to Dutch
Dutch to English
English
Dutch
making
vervaardiging
making
het maken
making
gedoe
making
farad
making
fabricatie
making
fabricage
making
aanmaak
making of tools; toolmaking
gereedschapaanmaak
making of, the ~
de totstandkoming van, het ontstaan(sverhaal) van, het maken van, achter de schermen bij
making smaller; reduction; minimizing; minimization
verkleining
making; production; manufacture; construction; building
vervaardiging
makings
het maken