Nederlandse versie
Translate
"meet"
to Dutch Language
English to Dutch
Dutch to English
English
Dutch
meet
vergaderen
meet
treffen
meet
tegenkomen
meet
tegemoettreden
meet
tegemoet treden
meet
samenkomen
meet
ophalen
meet
ontmoeten
meet
komenhalen
meet
komen samen
meet
komen halen
meet
elkaarontmoeten
meet
elkaar ontmoeten
meet
bijeenkomen
meet
afspreken
meet
afhalen
meet
aantreffen
meet each other
elkaartegenkomen
meet each other
elkaarontmoeten
meet each other
elkaar tegenkomen
meet each other
elkaar ontmoeten
meet one another
elkaartegenkomen
meet one another
elkaarontmoeten
meet one another
elkaar tegenkomen
meet one another
elkaar ontmoeten
meet with
voldoen
meet with
tevredenstellen
meet with
tegemoetkomenaan
meet with
tegemoetkomen aan
meet with
paaien
meet with
bevredigen
meeting
zitting {de} (vergadering)
meeting
zitting
meeting
vergadering {de}
meeting
vergadering
meeting
vereniging
meeting
samenkomst
meeting
ontmoeting, vergadering, samenkomst
meeting
ontmoeting {de}
meeting
ontmoeting
meeting
meeting
meeting
bijeenkomst, vergadering, bespreking
meeting
bijeenkomst {de}
meeting
bijeenkomst
meeting
bespreking
meeting
aansluiting
meeting center
ontmoetingscentrum, trefcentrum
meeting engagement (encounter attack)
ontmoetingsgevecht
meeting place
ontmoetingsplaats {de}
meeting point
trefpunt {het}
meeting; getting together; assembly; junction; convergence
samenkomst
meetingpoint
trefpunt, ontmoetingsplek
meetings
vergaderingen {mv}
meetings
vergaderingen
meetings
ontmoetingen {mv}
meetings
besprekingen
meets
komt samen