Nederlandse versie
Translate
"opposite"
to Dutch Language
English to Dutch
Dutch to English
English
Dutch
opposite
versus
opposite
tegenstrijdig
opposite
tegenstander
opposite
tegenstaand
opposite
tegenspeler
opposite
tegenpool
opposite
tegenovergestelde {het}
opposite
tegenovergelegen
opposite
tegenover
opposite
tegenliggend
opposite
tegengestelde
opposite
tegengesteld
opposite
tegendeel {het}
opposite
tegendeel
opposite
tegenaan
opposite
tegen
opposite
overstaand
opposite
met
opposite
jegens
opposite
aandeoverkantvan
opposite
aandeoverkant
opposite
aan de overkant van
opposite
aan de overkant
opposite conductivity type
tegengesteld geleidingstype
opposite force
tegenkracht
opposite neighbour
overbuur
opposite number 2. counterpart, interlocutor
1. rangsgenoot (aanspreekpunt) in andere eenheid/organisatie 2. gesprekspartner
opposite side
overzijde
opposite side
overkant
opposite side; back
tegenzijde
opposite; facing
tegenover
opposite; opposed; reversed
tegenovergesteld
opposite; opposed; reversed
tegengesteld
opposite; opposing; facing
tegenoverliggend
oppositely
tegengesteld
opposites
tegengestelden
opposites
tegendelen {mv}