Nederlandse versie
Translate
"plain"
to Dutch Language
English to Dutch
Dutch to English
English
Dutch
plain
zuiver
plain
vlakte
plain
uitgesproken
plain
rein
plain
puur
plain
niet-opgewerkt
plain
louter
plain
klaarblijkelijk
plain
klaar
plain
helder
plain
gewoon
plain
evident
plain
eenvoudig
plain
duidelijk
plain
blijkbaar
plain
apert
plain
absoluut
plain
1 puur, onopgesmukt, eenvoudig; 2 eerlijk, onomwonden, oprecht; 3 alledaags, regulier; 4 (glas) helder
plain (simple)
eenvoudig
plain bearing; sleeve bearing
glijlager
plain concrete
ongewapend beton
plain ends squared
einden vlakgewikkeld
plain ends squared and ground
einden vlakgewikkeld en geslepen
plain milling cutter; slab mill
mantelfrees
plain sheared end
vlak steeleinde
plainer
duidelijker
plainest
het duidelijkst
plainly
ronduit
plainly
duidelijk
plainness
eenvoud
plainness (lack of beauty)
lelijkheid {de}
plains
vlaktes
plaint
aanklacht
plaintain
weegbree
plaintiff
klager {de}
plaintiff
aanklager
plaintiffs
aanklagers
plaints
aanklachten