Nederlandse versie
Translate
"point"
to Dutch Language
English to Dutch
Dutch to English
English
Dutch
point
wijzen
point
uitduiden
point
topje
point
top
point
tonen
point
tip
point
tentoonspreiden
point
tekenen
point
stip
point
stadium
point
stadie
point
spits
point
spikkel
point
richten
point
punt {het}
point
punt
point
piek
point
oog
point
neus
point
kenmerken
point
item
point
etappe
point
detail
point
aanwijzen
point
aangeven
point
aanduiden
point bearing
puntlagering
point by point
puntsgewijs
point charge
puntlading
point cloud
puntconglomeratie
point contact
puntingrijping
point contact
puntcontact
point impedance
puntimpedantie
point in time
tijdstip {het}
point load; point-concentrated load
puntbelasting
point of application
aangrijpingspunt
point of application; taking point
aangrijpingspunt
point of contact
aanrakingspunt
point of contact (POC)
contactpersoon/-punt
point of contact; point of tangency; tangent point
raakpunt
point of difference
verschilpunt
point of invocation
aanroeppunt
point of light; light-point; plug-point; electric point; light spot; redeeming feature; bright spot; luminous spot
lichtpunt
point of no return
beslispunt, keergrens, beslissend moment
point of operation; operating point; working point; setpoint
instelpunt
point of sale
verkooppunt, kassa
point of sale: POS; selling point
verkooppunt
point of support; supporting point
steunpunt
point of time
tijdstip {het}
point of time
tijdstip
point of view
standpunt {het}
point of view
oogpunt {het}
point of view
gezichtspunt, invalshoek, zienswijze
point of view; standpoint
standpunt
point out
wijzen
point out
wezen
point out
wees
point out
vertonen
point out
uitwijzen
point out
tonen
point out
tentoonspreiden
point out
tekenen
point out
merken
point out
latenzien
point out
laten zien
point out
kenmerken
point out
eentekengeven
point out
een teken geven
point out
aangeven
point out
aanduiden
point out to be
zichvertonen
point out to be
zich vertonen
point out to be
blijken
point source
puntbron
point version
puntuitvoering
point, that’s the ~
daar draait het (nou juist) om, precies!, dat is het ’m juist
point, to the ~
1 kernachtig, puntig; 2 ter zake, relevant, de spijker op de kop slaan ; 3 nuttig
point; score; mark; subject; item; radix point; full stop; period; phosphor dot
punt
point-contact diode
puntcontactdiode
point-contact junction
puntcontactjunctie
point-contact transistor
puntcontacttransistor
pointed
spits
pointed
puntig
pointed
gericht
pointed file
spitsvijl
pointed; sharp; point; tip; peak; top; forward
spits
pointer
wijzer
pointer
verwijzer
pointer
pointer
pointer
1 (aan)wijzer, schermwijzer; 2 patrijshond, staande hond
pointer deflection
naalduitslag
pointer drift
wijzerverloop
pointer mechanism
wijzerspin
pointer stroke
wijzerslag
pointer variable
wijzervariabele
pointer; index; indicator; needle; hand
wijzer
pointers
wijzers
pointing
het richten
pointless
stomp
pointless
doelloos