Nederlandse versie
Translate
"sever"
to Dutch Language
English to Dutch
Dutch to English
English
Dutch
sever
scheiden
sever 2. mutilate, maim 3. slit
1. afbreken, afhakken, afsnijden, scheiden, verbreken, (verwijderen) 2. verminken 3. doorsnijden, opensnijden
severable
scheidbaar
several
verscheidene
several
sommige
several
meerdere
several
ettelijke
several
enige
several
diverse
several times
weleens
several times
somtijds
several times
soms
several times
bijwijlen
severally
afzonderlijk
severalties
persoonlijk eigendom
severaltimes
wel eens
severaltimes
somtijds
severaltimes
soms
severaltimes
bijwijlen
severalty
persoonlijk eigendom
severance
verbreking
severance of diplomatic relations, (get out of)
verbreking van diplomatieke betrekkingen
severance scheme
afvloeiingsregeling
severances
verbrekingen
severe
zwaar
severe
streng
severe
straf
severe
hevig
severe
hard
severe
gestreng
severe
duchtig
severe
bar
Severe Acute Respiratory Syndrome
ernstig; acuut respiratoir syndroom; het Ernstig Acuut Ademhalings Syndroom
severe requirements; exacting requirements; stringent requirements
zware eisen
severe, sharp pain
erg, plotseling pijn, een steek
severe; strict; stringent; austere. skein; strand
streng
severed
gescheiden
severed; cut off; truncated
afgesneden; doorgesneden
severely
hevig
severest
het strengst
severing
het scheiden
severity
zwaarte {de}
severity
strengheid
severity
strafheid
severity
hardheid
severity
ernst
severity; criticality
ernst; de kriticiteit
severs
scheidt