Nederlandse versie
Translate
"store"
to Dutch Language
English to Dutch
Dutch to English
English
Dutch
store
zichvoorzienvan
store
zich voorzien van
store
zaak
store
winkel
store
wegzetten
store
wegleggen
store
voorraad {de}
store
voorraad
store
stock
store
pakhuis
store
opslagplaats
store
opslag
store
opslaan
store
opbergen
store
magazijn
store
depot
store
bewaren
store
bergen
store (shop)
winkel {de}
store float large parts
voorhof
store room; stores; warehouse
voorraadmagazijn
store up
verzamelen
store; storage; memory
opslagorgaan
store; stores; storeroom; warehouse; magazine; cartridge; department store; chain store
magazijn
store-cupboard
provisiekast
stored
opgeslagen
stored
opgeborgen
stored program
programma in het geheugen
stored program
opgeslagen programma
stored program
intern programma
stored program computer
intern geprogrammeerde rekenautomaat
storehouse
zaak
storehouse
winkel
storehouse
pakhuis
storehouse
opslagplaats
storehouse
magazijn
storehouse
depot
storehouse (warehouse)
pakhuis {het}
storehouse, (store)
magazijn, opslagloods
storehouses
pakhuizen
storekeeper
winkelier
storekeepers
winkeliers
storen
opslaan
storeroom
provisiekamer
storeroom
berging {de} (bergruimte)
storerooms
provisiekamers
stores
opslag
stores float small parts
grijpvoorraad
stores requisition
magazijnbon
stores, (supplies, stocks)
1. voorraden 2. opslag(plaatsen), magazijnen
storey
verdieping
storey
etage
storey (Br.)
etage {de}