Nederlandse versie
Translate
"tie"
to Dutch Language
English to Dutch
Dutch to English
English
Dutch
tie
vastmaken
tie
vastleggen
tie
vastbinden
tie
tuigeren
tie
toebinden
tie
stropdas {de}
tie
stropdas
tie
onderbinden
tie
meren
tie
gelijkspel {het}
tie
das {de} (stropdas)
tie
das
tie
binding
tie
binden
tie
band {de}
tie
band
tie
afbinden
tie
aansluiten
tie
aanbinden
tie on
vastleggen
tie on
vastbinden
tie on
tuigeren
tie on
onderbinden
tie on
meren
tie on
aanknopen
tie on
aanbinden
tie up
verbinden
tie up
vastmaken
tie up
vastbinden
tie up
toebinden
tie up
binden
tie up
afbinden
tie up
aansluiten
tiebreak
1 (sport alg.) beslissingswedstrijd; 2 (tennis) beslissingsspel
tied
gebonden
tied up
gebonden
tieon
aanknopen
tiepin
dasspeld
tiepins
dasspelden
tier
trap
tier
status
tier
stand
tier
rij
tier
rang
tier
ponsvak
tier
mate
tier
graad
Tierra del Fuego
Vuurland {het}
tiers
rijen
ties
banden
tie-wire; bracing wire; guy
spandraad
tie-wrap
1 zaagtandsluiter, treksluiter; 2 trekboeien