Nederlandse versie
Translate
"tool"
to Dutch Language
English to Dutch
Dutch to English
English
Dutch
tool
werktuig {het}
tool
werktuig
tool
middel
tool
hulpmiddel
tool
gereedschap
tool breakage
beitelbreuk
tool builder kit: TBK
gereedschapsontwikkelingskist
tool center point: TCP
gereedschapsmiddelpunt
tool clip
gereedschapsklem
tool command language: Tcl
gereedschap-commandotaal
tool compensation; tool offset
gereedschapscompensatie
tool die
gereedschapsstempel
tool function
gereedschapsfunctie
tool holder
gereedschapshouder
tool holder
beitelkop
tool kit
gereedschapstas
tool length offset
gereedschapslengtecompensatie
tool life; life; standing time
standtijd
tool list
gereedschapslijst
tool maker
gereedschapsmaker
tool maker; toll designer
gereedschapsconstructeur
tool management
gereedschapsbeheer
tool number
gereedschapsnummer
tool path
gereedschapsbaan
tool path feedrate
voedingssnelheid van de gereedschapsbaan
tool protection
gereedschapsbeveiliging
tool radius offset
compensatie van de straal van het gereedschap
tool shank
beitelschacht
tool shop; toolroom
gereedschapsmakerij
tool slide
beitelslede
tool steel
snijstaal
tool steel
gereedschapsstaal
tool steel
beitelstaal
tool steel; punch steel
stempelstaal
tool tip; tool bit
beitelpunt
tool wear
beitelslijtage
tool(s)
gereedschap, instrument(en), werktuig(en), hulpmiddel(en)
tool; instrument; apparatus; implement
werktuig
toolbox
gereedschapskist {de}
toolbox
gereedschapskist
tooled
bewerkte
tooling
het bewerken
tooling
gereedschapsgebruik
tooling analysis
analyse van het te gebruiken gereedschap
tooling family
gereedschapsfamilie
tooling hole; auxiliary hole; pilot hole
hulpgat
toolpost
draaibanksupport
toolpost
beitelsupport
tools
hulpmiddelen
tools {pl}
gereedschap {het}
toolsmith
werktuigbouwer