Nederlandse versie
Translate
"twin"
to Dutch Language
English to Dutch
Dutch to English
English
Dutch
twin
tweeling {de}
twin
tweeling-
twin
tweeling
twin
eenvaneentweeling
twin
een van een tweeling
twin brother
tweelingbroer {de}
twin flute
dubbele golf
twin potentiometer
duo-potentiometer
twin pulley
dubbelrol
twin ram
dubbelstoter
twin sister
tweelingzus {de}
Twin Towers
Tweelingtorens
twin(-barrelled) gun
dubbelloops geschut
twin-cable; double-core cable
twee-aderige kabel
twine
vlechten
twine
streng
twined
gekronkelde
twines
strengen
twinge
scheut
twinges
scheuten
twining
het kronkelen
twinkle
fonkelen
twinkled
fonkelde
twinkles
fonkelt
twinkling
wip
twinkling
tijdstip
twinkling
tel
twinkling
oogwenk
twinkling
ogenblik
twinkling
moment
twinkling
het fonkelen
twinned
samengebrachte
twinning
het samenbrengen
twinnings
het samenbrengen
twin-roll mill
tweewals
twins
tweelingen {mv}
twins
tweelingen
twins
tweeling
twin-track tape; two-track tape
tweesporenband
twin-tub combination
wasbeweging