English version
expand
betekenis
"expand vertaling"
Engels > Nederlands
Nederlands > Engels
Engels
Nederlands
expand
breiden zich uit
expand, (enlarge) 2. extend
1. verruimen, verbreden, vergroten 2. uitbreiden, verlengen
expandability
uitzetbaarheid
expandable
uitzetbaar
expanded
uitgebreid
expanded bicycle streaming lane (EBSL)
opgeblazen fietsopstelstrook (OFOS)
expanded metal
strekmetaal
expanded metal
plaatgaas
expanded polystyrene
polystyreenschuim
expander
expansieorgaan
expanding
het uitbreiden zich
expands
breidt zich uit