Nederlandse versie
Meaning of
"aandoen"
in English language
Dutch to English
English to Dutch
Dutch
English
aandoeningen van de abducenszenuw
abducens nerve diseases
aandoen
activate
aandoen
affect
aandoenlijk
affecting
aandoening
affection
aandoen
agitate
aandoening
ailment
aandoen
apply
aandoen
callat
aandoen
cause
aandoening
complaint
aandoening
disease
aandoening {de}
disease
aandoen
displace
aandoening
emotion
aandoen
give rise to
aandoen
giveriseto
aandoening
ill
aandoening
illness
aandoen
impact
aandoening door mijten; de infestatie van mijten
mite infestation; acariasis; acaridiasis
aandoen
move
aandoenlijk
moving
aandoen
put on
aandoeningen van het netvlies
retinal diseases
aandoenlijk
seized with emotion
aandoening
sickness
aandoen
switch
aandoen
to don
aandoen
touch
aandoenlijk
touching
aandoen
turn on
aandoen
use