Nederlandse versie
Translate
"affect"
to Dutch Language
English to Dutch
Dutch to English
English
Dutch
affect
treffen
affect
raken
affect
ontroeren
affect
invloed hebben op
affect
bewegen
affect
beïnvloeden
affect
beânvloeden
affect
aangrijpen
affect
aandoen
affect, (have an impact)
invloed hebben op, beïnvloeden, raken, uitwerking hebben op
affectation
toewijzing
affectation
onnatuurlijkheid
affectation
maniertje
affectation
gemaaktheid
affectation
aanstellerij
affectations
toewijzing
affected
onwaar
affected
onnatuurlijk
affected
onecht
affected
gezocht
affected
gewrongen
affected
geveinsd
affected
gemaakt
affected
gekunsteld
affected
geaffecteerd
affected
beïnvloede
affected
aanstellerig
affected
aangegrepen
affected
aangedaan
affected with
lijdend aan
affected with
behept met
affecting
treffend
affecting
roerend
affecting
ontroerend
affecting
het beïnvloeden
affecting
emotioneel
affecting
aangrijpend
affecting
aandoenlijk
affection
welwillendheid
affection
toegenegenheid
affection
min
affection
liefde
affection
goodwill
affection
genegenheid {de}
affection
genegenheid
affection
gemoedsbeweging
affection
emotie
affection
affectie
affection
affect
affection
aanhankelijkheid
affection
aandoening
affection; impairment; infringement; violation; attack
aantasting
affectionate
toegenegen
affectionate
teder
affectionate
opofferingsgezind
affectionate
liefhebbend
affectionate
hartelijk
affectionate
gehecht
affectionate
aanhankelijk
affectionate
aanhalig
affections
affecties
affective
affectief
affective respiratory spasms; spasms due to sobbing
respiratoire affectkrampen; de huilkrampen
affective, emotional
affectief; emotioneel
affects
beïnvloedt