Nederlandse versie
Meaning of
"eens"
in English language
Dutch to English
English to Dutch
Dutch
English
eens zijn met, eens worden over, instemmen met
agree (on)
eens
atsometime
eenstemmig
consentaneous
eens
ever
eens
just
eenspreekbeurthouden
lecture
eenstreeptrekken
make a stroke
eens
on occasion
eens
once
eens
once upon a time
eenstand
one condition; one state
eens
one day
eens
one time
eens
onetime
eenstandjegeven
rebuke
eenstandjegeven
reproach
eenstandjegeven
reprove
eenstandjegeven
scold
eenseingeven
signal
eenslagkoppeling
single-revolution clutch; single- stroke clutch
eenschuivermaken
skid
eens
some day
eens
sometime
eens
sometimes
eenstreephalendoor
strike out
eensklaps
suddenly
eenstemmigheid
unanimity
eensgezind
unanimous
eenstemmig
unanimous
eenstemmig
unanimously
eensklaps
unexpectedly
eenschrift-meertalig
uniscript-multilingual
eenstemmigheid
unison
eenstemmig
with one accord