Nederlandse versie
Meaning of
"ontbreken"
in English language
Dutch to English
English to Dutch
Dutch
English
ontbrekend
absent
ontbreken
beabsent
ontbreken
bemissing
ontbreken
fail
ontbreken
lack
ontbrekende schakel
missing link
ontbrekende onderdelen
missing parts
ontbreken van een gevoel van eigenwaarde
sense of personal worth; feelings of inadequacy
ontbreken
to be absent
ontbreken
to be lacking; to be missing
ontbreken
to be missing