Nederlandse versie
Meaning of
"voeg"
in English language
Dutch to English
English to Dutch
Dutch
English
voegen
accommodate
voegen toe
add
voegt toe
adds
voegen toe
append
voegt toe
appends
voegen
be appropriate
voegen
be fit
voegen
be fitting
voegen
be suitable
voegzaam
becoming
voegen zich samen
coalesce
voegde zich samen
coalesced
voegt zich samen
coalesces
voegzaam
comely
voegen samen
conflate
voegt samen
conflates
voegwoord {het}
conjunction
voegde
connect
voegzaam
decent
voegen
fit
voegzaam
fitting
voegen in
interpose
voegt in
interposes
voegde
join
voeg
joint
voegmachine
jointer
voegzaam
proper
voeg
seam
voegzaam
seemly
voegen toe
subjoin
voegt toe
subjoins
voegen
suit
voegzaam
suitable
voegen toe
super impose
voegt toe
superimposes
voegen
to join; to connect