Nederlandse versie
Meaning of
"dag"
in English language
Dutch to English
English to Dutch
Dutch
English
dagelijkse activiteiten
activities of daily living
dagorde
agenda
dagorde {de} (BN)
agenda
dagorder
agenda
dagopening
aperture; day
dagorde
appointment book
dagen
assign
dagvaarden
assign
dageraad
aurora
dageraden
auroras
dag
bye
Dag!
Bye!
dagvaarden
cite
dagelijkse goederen
convenience goods
Dagestaans
Dagestan
Dagestaans
Daghestan
Dagestan
Daghestan
Dagon
Dagon
dagblad
daily
dagelijks
daily
daggemiddelde
daily average
dagblad {het}
daily newspaper
dagbladen {mv}
daily newspapers
dagblad
daily paper
dagtekenen
date
dagtekening
date
dageraad
dawn
dag
day
dag (24 uur) / etmaal
day
dag {de}
day
dag {de} van de week
day of the week
dagplan
day plan
dageraad
daybreak
dagdroom
daydream
dagdroom {de}
daydream
dagdromen
daydreaming
dagdromen
daydreams
daglicht
daylight
daglicht {het}
daylight
daglichtopening
daylight
daglicht
daylight; natural light
dagen
days
dagen {mv}
days
dagkaart
day-ticket
dag
daytime
dagrijlichten, attentielichten, (form.) motorvoertuigverlichting overdag (MVO)
daytime running lights
dagboeken {mv}
diaries
dagboekschrijver
diarist
dagboekschrijvers
diarists
dagblad
diary
dagboek
diary
dagboek {het}
diary
dag
diurnal
dagdroom
dream
dag-en-nachtevening
equinox
dag-en-nachtevening {de}
equinox
dagelijks
every day
dagelijks
everyday
dagelijks bestuur
executive committee
dagbladschrijfster
female journalist
dag
good bye
dag
good day
dag
hello
dagwijdte
inside diameter; inside width; width in the clear
dagblad
journal
dagboek
journal
dagbladschrijfster
journalist
dagbladschrijver
journalist
dagboeken
journals
dagtempostaat
list of daily production
dageraad
morning
dagblad
newspaper
dagblindheid
nyctalopia
dagblindheid
nyctalopias
dagblad
paper
dagpauwoog {de} (Aglais io, Inachis io)
peacock (butterfly)
dagkant
reveal
dag
so long
dag
solong
dagvaarding
summons
dagvaarding {de}
summons
dagdromen
to daydream