Nederlandse versie
Translate
"deal"
to Dutch Language
English to Dutch
Dutch to English
English
Dutch
deal
voeren
deal
verdelen
deal
uitreiken
deal
uitdelen
deal
toedienen
deal
rondleiden
deal
rondgeven
deal
ronddelen
deal
richten
deal
overwegen
deal
overvloed
deal
overeenkomst
deal
nagaan
deal
mennen
deal
geleiden
deal
dirigeren
deal
brengen
deal
besturen
deal
beschouwen
deal
beheren
deal
bedenken
deal
administreren
deal
achten
deal
1 overeenkomst, transactie, akkoord; 2 akkoordje, compromis, afspraak; 3 handeltje
deal in second hand goods
in tweedehands goederen handelen
deal location
losmaking
deal locations
losmaking
deal with
toetreden
deal with
onderhandelen
deal with
bemoeien
deal with
behandelen
deal with
behandeld
deal with
beginnen met
deal with
aanpakken
deal with
aan komen lopen
deal with (an issue), (cope with)
zich met een onderwerp bezighouden, het hoofd bieden aan een situatie/probleem
deal; white wood
vurenhout
dealer
wederverkoper
dealer
koopman
dealer
handelaar {de}
dealer
handelaar
dealer
dealer
dealer
1 autohandelaar, detailhandelaar; 2 (erkend) vertegenwoordiger; 3 narcoticahandelaar, handelaar in verdovende middelen, drugshandelaar; 4 effectenhandelaar
dealers
handelaars
dealing
transactie
dealing with the media
omgang met de media
dealings
transacties
deals
overeenkomsten
dealt
behandelde