Nederlandse versie
Meaning of
"brengen"
in English language
Dutch to English
English to Dutch
Dutch
English
brengen op de hoogte
acquaint
brengen
bring
brengen
carry
brengen bij elkaar
collate
brengen in overeenstemming
conciliate
brengen
conduct
brengen
deal
brengen
direct
brengen in de war
disarrange
brengen in gevaar
endanger
brengen met zich mee
entail
brengen in evenwicht
equilibrate
brengen
fetch
brengen groot
fledge
brengen
guide
brengen in gevaar
imperil
brengen
lead
brengen onder
lodge
brengen in de war
mar
brengen ten val
overturn
brengen opnieuw samen
reassemble
brengen met elkaar in verband
relate
brengen weer in orde
reorder
brengen opnieuw over
retransmit
brengen onder
subsume
brengen
to bring
brengen
to take
brengen over
transmit
brengen
transport
brengen aan het licht
uncover
brengen
wear