Nederlandse versie
Translate
"past"
to Dutch Language
English to Dutch
Dutch to English
English
Dutch
past
vorig
past
voorbij
past
voor
past
verledentijd
past
verleden tijd
past
verleden {het}
past
verleden
past
verderdan
past
verder dan
past
tot
past
tegen
past
om
past
naar
past
langs
past
afgelopen
past
aan
past due
overtijd
past participle
voltooid deelwoord {het}
past this limit; beyond this limit
voorbij deze grens
pasta
pasta {de} {het}
pasta
deegwaren
pastas
deegwaren
paste
pasta
paste
papje
paste
pap
paste
deeg
paste
beslag
paste
aanplakken
paste board
karton
paste up
aanplakken
pasteboard
kartonnen deksel {de}
pasteboard
karton {het}
pasted
gekleefde
pastel
tekenkrijt
pastel
pastel
pastel
kleurkrijt
pastelike
deegachtig
pastels
pastelkleuren
pastes
deeg
pasteup
aanplakken
pasteurella infections
pasteurella ontstekingen
Pasteurella multocida; Pasteurella septica
Pasteurella multocida
Pasteurella pestis, Yersinia pestis
Pasteurella pestis
pasteurellaceae
pasteurellaceae
pasteurellosis
pneumonale pasteurellose bij rundvee
pasteurellosis
pasteurellose
pasticcio
pastiche
pastier
deegachtiger
pasties
pasteien
pastiest
het deegachtigst
pastille
pastille {de}
pastime
tijdverdrijf {het}
pastime
tijdverdrijf
pastimes
tijdverdrijven
pasting
het kleven
pastor
zielverzorger
pastor
zielszorger
pastor
voorganger
pastor
predikant
pastor
pastor
pastor
pastoor
pastor
geestelijke
pastor
dominee
pastoral care
geestelijke verzorging
pastorals
pastorales
pastors
predikanten
pastries
gebakjes
pastry
gebakje
pastry
gebak {het}
pastry brush
bakkwast {de}
pastry plate
gebakschaal {de}
pasturage
weiland
pasture
weiland {het}
pasture
weiland
pasture
weide
pastured
geweide
pastureland
weiland
pastures
weilanden
pasturing
het weiden
pasty
plakkerig
pasty
pastei
pasty
kleverig